Stel je voor:
Je bent gezellig met een groep goede vrienden op stap. Uit eten.
Je zit in het restaurant, menukaart in de hand. Je tuurt naar de gerechten die erop staan. Stuk voor stuk loop je ze langs. Steeds maar weer lees je hoe ze omschreven staan.
Je kijkt eens om je heen. Iedereen kletst gezellig met elkaar. Maar jij doet niet mee. Je voelt je zenuwachtig. Gespannen zelfs. Onbewust en in gedachten verzonken bijt je op je lip. Tot het pijn doet. Dan wordt je je weer bewust van waar je bent en kijk je weer op de menukaart. Wat moet je nu toch bestellen? Je hebt werkelijk geen idee. Wat zullen de anderen bestellen? Wat mag het kosten? Is het raar als ik een voorgerecht neem? Of juist raar als ik het niet neem? En wat voor voorgerecht dan? En wat zullen ze denken als ik spareribs bestel? Dat is niet echt ladylike. Dus kan dat dan wel? Honderden vragen gaan in een rap tempo door je hoofd. En nog steeds weet je niet wat je gaat kiezen.
Voorzichtig vraag je degene naast je eens. ‘Wat bestel jij?’ Je probeert ook van de anderen te weten te komen wat ze gaan bestellen.
Nog steeds weet je het niet.
En dan ineens staat daar de dame van de bediening aan jullie tafel.
‘Weten jullie het al?’
‘Ja hoor!’ wordt er geroepen.
Stilletjes ontwijk je de blik van de serveerster. Je hoopt zoveel mogelijk tijd te kunnen rekken. En dan, als iedereen geweest is, ben jij aan de beurt. Vlug noem je het meest voor de hand liggende en goedkoopste gerecht van de kaart, kijkt snel weer weg en legt dan met een diepe zucht de menukaart neer.

Zo verging het mij vaak. In uiteenlopende situaties. Dit is slechts een van de voorbeelden.
Steeds was ik op zoek naar het goede antwoord. Maar wiens goede antwoord? Niet dat van mijzelf. Ik was op zoek naar het goede antwoord van de mensen om me heen. Maar ja, in zo’n situatie zoals in het restaurant, met een groepje mensen, is dat een behoorlijke klus kan ik je zeggen. Zoveel mogelijkheden, zoveel verschillende opties, dan is het gewoonweg niet te doen om het juiste antwoord te vinden.

Gek genoeg kwam het niet in me op dat er eigenlijk maar slechts één goed antwoord was, en wel het antwoord dat volgt op de vraag ‘wat wil ik?’.
Ik wilde het zo graag goed doen, ik wilde zo graag goedgekeurd worden, ik wilde er zo graag bij horen, dat ik alles van mezelf opzij zette. Dat ik totaal aan mezelf voorbij ging en alleen nog maar op de ander gericht was.
En ik was daarin zover gegaan, dat ik mezelf niet meer kende. Ik was zo ver weg, dat ik geen idee meer had van wie ik was, wat ik wel of niet wilde, wat ik wel of niet interessant vond, belangrijk, of mooi. Ik had werkelijk geen idee meer en keek voor de antwoorden alleen nog maar om me heen.

Jarenlange afwijzing, onder andere in de vorm van gepest worden, had hiervoor gezorgd. Het had ervoor gezorgd dat ik deze manier van doen, mij totaal en alleen maar richten op de ander, als overlevingsstrategie had ingezet en als manier van leven eigen had gemaakt.
Alleen dan was ik ok. Alleen dan mocht ik erbij horen. Alleen dan mocht ik er zijn.
Wat ik niet in de gaten had, was dat deze strategie allang niet meer nodig was en allang niet meer werkte. Dat deze strategie vooral zelfondermijnend werkte. Dat ik met deze strategie alleen nog maar verder van mezelf af dreef. Dat ik er ongelukkig van werd.
Ik was me hiervan echter niet bewust. Pas heel laat en na de nodige (impactvolle) gebeurtenissen kwam ik hierachter.

Zelfs een burn-out zorgde nog niet voor het inzicht dat het tijd was om mijn strategie te veranderen. Want zelfs toen nog richtte ik me op de ander. In het begin van de burn-out niet natuurlijk, want dat kon toen echt even niet meer. Ik was zo moe, zo intens moe, dat ik alleen nog maar op de bank kon zitten. Maar toen ik na een paar maanden weer uitgerust was, opkrabbelde en weer in beweging kwam, begon ik mijn strategie weer in te zetten. Ik luisterde weer naar wat anderen zeiden. En toen de arbo-arts en een leidinggevende zeiden dat ik weer aan het werk moest, begon ik met mijn re-integratie. Ondanks dat paniek en verdriet nog duidelijk in mij aanwezig waren en ik er eigenlijk dus nog helemaal niet klaar voor was. Maar zij zeiden dat ik wel weer kon beginnen. En zij zouden het wel weten. En dus ging ik weer.

Wat voor mij uiteindelijk de trigger tot veranderen was? Positieve aandacht. Pas toen er oprechte en geïnteresseerde aandacht voor mij was, voelde ik mij uitgenodigd. Pas toen ik voelde dat ik ook mee mocht doen. Dat ook ik van belang was, de moeite waard was, en een plek had. Pas toen begon het voor mij en durfde ik heel voorzichtig en heel langzaam mijn oude strategie los te laten.

Door het gevoel dat er tijd en ruimte voor mij was, dat ik die in mocht nemen, dat er ook voor mij een plek was, kon ik werken aan de omslag. Pas toen kon, nee, durfde, of nee, stond ik mezelf toe mijn aandacht ook naar binnen te richten. Op mezelf.
Ik besefte dat het tijd was om mezelf beter te leren kennen. Omdat ik alleen op die manier beter voor mezelf kon gaan zorgen. Om mezelf gelukkig te maken. Ik besefte dat het aan mijzelf was en is om mezelf gelukkig te maken. Niet aan een ander.

Dat ging overigens niet zonder slag of stoot. Ik moest wel voorbij aan de nodige weerstand in mijzelf en ook aan een flinke dosis schuldgevoel. Want was ik dan niet ontzettend egoïstisch? Was ik dan niet narcistisch? Was ik dan niet een slecht persoon? Deze vragen kwamen regelmatig terug en konden me lang bezig houden.
Inmiddels weet ik dat ik geen van deze dingen ben en tegelijk ook weer wel. Ik weet dat ik alle kanten in me heb en dat dat ok is. Dat dat zelfs nodig is. Ik ken deze kanten van mezelf nu, heb er kennis mee gemaakt. Ik ben er niet meer bang voor en daardoor kan ik ze op de juiste momenten en de juiste manier inzetten. En dan juist voor mij. En dat, het weet hebben van deze kanten, hierover beschikking hebben, maakt dat ik me een vrij en gelukkig mens voel.

Natuurlijk gaat het niet altijd zo eenvoudig. Soms word ik weer even flink gegrepen door een emotie, ga ik daar volledig in op en schiet ik weer in mijn oude patroon. Maar dat is ok. Ik weet nu dat ik daar weer uit kom en dat ik daarna weer verder kan. Dat ik mezelf dan weer een beetje beter heb leren kennen en dat ik het nieuwe inzicht dat ik daarmee gekregen heb ook weer kan inzetten. Ik blijf leerling van het leven.

En zo sta ik steeds stabieler in het leven. En maak ik keuzes die goed voor mij zijn, die echt bij mij passen. Op deze manier leef ik steeds meer vanuit mezelf en kan ik vol van het leven genieten. Iets wat me jarenlang niet gelukt is. Ik kan nu oprecht zeggen dat ik blij ben dat ik leef!

En dit, die vrijheid en dat plezier in het leven, dat voluit van het leven kunnen genieten, dat gun ik iedereen vanuit het diepst van mijn hart!

Daarom zet ik me in als coach. Zodat ik anderen kan helpen zichzelf te bevrijden en zichzelf gelukkig te maken. Zodat iedereen kan leven vanuit zichzelf!

2 gedachten over “Waarom ben ik coach?”

  • Prachtig omschreven Colinda. Zo gaat het vaak. Herkenbaar en voor mij gelukkig nu ook allang verleden tijd. Ik ben een heel gelukkige versie van toen. Ik ben ervan overtuigd dat je veel mensen gaat helpen dit te bereiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.